Dossier: Fietsen en wetenschap

 image

Is het mogelijk te fietsen op de maan?

Hier volgt een verslag van de eerste tijdrit op de maan.

Maurice staat klaar op de fluorescerende rode lijn. Bijna pal boven zijn hoofd staat de zon in een zwarte hemel bezaaid met sterren. Hij staat op de top van Mons Huyghens, de hoogste berg op de maan, 4700 meter boven de laagvlakte. Het zicht is adembenemend en angstaanjagend. De brede weg met de rode lijn loopt met een constante helling van kaarsrecht  naar beneden en dan recht naar de sterk gekromde en scherp afgelijnde horizon die zich op 127 km bevindt. Ver achter de horizon ligt een 180 graden bocht met een diameter van 110 km. Na de bocht nog een recht stuk van 100 km en dan een aankomstzone van 100 m. Het reglement is heel eenvoudig; de renner moet op eigen kracht op een tweewielig vehikel het parcours zo snel mogelijk afleggen en kunnen stoppen zonder vallen binnen de aankomstzone. De weg is 100 m breed en is afgezet door betonnen blokjes in dezelfde fluorescerende kleur.

Het licht is een verschrikking. Het zonlicht wordt zonder enige filtering door de grond weerkaatst waardoor alles hetzij pikzwart, hetzij verblindend hel gekleurd is. De UV-stralen zijn wel het ergst. Zonder bescherming zou je huid op één uurtje hopeloos verbrand zijn in de derde graad. Daarom is het vizier van zijn sportruimtepak voorzien van een interferentiefilter die bijna alleen het licht doorlaat van de fluorescerende rode lijn, en hij buiten deze lijn bijna niks ziet. Dit is meteen ook zijn levenslijn want hij weet dat te ver afwijken van deze lijn onherroepelijk een snelle dood betekent.

Maurice heeft een halfligfiets met een enorme overbrengingsverhouding, 1 trapomwenteling brengt hem 167 meter verder. Dit is de reden dat de start bergaf gegeven wordt.  De fiets kan anders nooit op eigen kracht op gang getrokken worden.

Bij de start krijgt hij een zetje die hem aan 5 km/h lanceert. Het vertrek is tergend langzaam,  maar zonder bijtrappen gaat hij sneller en sneller en aan de voet van de berg rijdt hij reeds aan 440 km/h. Nu  begint hij bij te trappen. Op dit ogenblik is zijn trapcadans bijna 50 rpm.  Op het vlakke rechte stuk gaat hij op eigen kracht nog versnellen. Hij drijft de trapcadans op tot 100 rpm en rijdt nu 1000 km/h, waarvoor hij een constant vermogen moet leveren van amper 285 Watt. Met 285 Watt rij je op aarde een miezerige 40 km/h! Ooit heeft ene Fred Rompelberg op aarde 268 km/h gereden gedurende 1 mijl achter een racewagen, en ook dit is dus peanuts. De reden dat Maurice zo veel sneller rijdt dan Fred is natuurlijk dat er op de maan helemaal geen luchtweerstand is, maar ook dat op de maan de zwaartekracht 6 maal kleiner is dan op aarde, en daardoor is ook de rolweerstand 6 maal kleiner.

Maurice heeft nu een kinetisch energie gelijk aan deze van een 40 tonner aan 44 km/h!

Het begin van de bocht wordt aangegeven door een dwarse lijn over de weg want de bocht is zo licht dat de kromming niet te zien is. Na een uiterst subtiele tegensturing ligt Maurice schuin in de bocht onder een hoek van 45 graden. Dit is de meest spectaculaire fase van de race. De beelden worden rechtstreeks op aarde bekeken en niemand gelooft zijn ogen, een man die schijnbaar in rechte lijn rijdt aan 1000 km/h en toch helemaal schuin ligt. Zoals iedere fietser weet is het zelfs aan normale snelheden moeilijk om een perfect cirkelvormige koers te rijden en is het nodig voortdurend bij te sturen zodat er een oscillatie rond de centrale lijn ontstaat. Hier op de maan bij deze snelheid is dit zo extreem dat de weg wel 100 m breed moet zijn, en toch gaan de meeste renners uit de bocht of raken ze een van de boordblokjes. Wanneer dit gebeurt worden ze enkele honderden kilometer verder tussen de rotsen of in een krater gevonden met gescheurd ruimtepak en verhakkelde botten. In elk geval zo dood als een pier. Drie maal raast Maurice op een tiental meters van de fatale blokjes maar hij kan zijn angst en adrenaline onder controle houden en bereikt de dwarse lijn die het einde van de bocht aangeeft.

Nu de laatste rechte lijn en het remmen naar de aankomststrook. Het lijkt niet zo maar dit is technisch het moeilijkste deel. De technische ondersteuning heeft nauwkeurig uitgemeten dat de wrijvingscoëfficiënt tussen zijn banden en het wegdek gelijk is aan 1.3 en zij hebben dan ook een dwarse lijn getrokken op 19 km van de aankomst. Van deze lijn af moet hij maximaal remmen op de limiet van het slippen. Zijn hydraulische schijfremmen zijn zo geregeld dat het achterwiel steeds 5% minder remkracht heeft dan het voorwiel. Hij heeft een elektronisch metertje dat de vertraging aangeeft die ideaal gelijk is aan 2.123 m/s2. Bij grotere vertraging is er groot risico voor slippen, bij kleinere vertraging suist hij door de aankomstzone en wordt hij gedeclasseerd.  Na 2 minuten en 10 seconden remmen gaat hij met een slakkengangetje van 50 km/h over de aankomst en kan stoppen na 50 meter, binnen de zone. Opdracht volbracht.

Schijfremmen gloeiend heet.

Heeft Maurice deze race ook gewonnen? Dat moet u lezen in de sportpagina’s van Het Laatste Nieuws van 1 April 2066.

En dit is geen Aprilgrap; iedereen die in dit verslag een onmogelijkheid ontdekt mag mij dit laten weten. (bron)